‘Mag ik een tas koffie alstublieft?’


fascinerende dialecten, Limburgs, Brabants, Nederland, tas koffie

Dialecten? Ik houd ervan! Toegegeven, ik begrijp er soms helemaal niets van, maar het feit dat de Nederlandse taal zoveel lokale nuances kent, vind ik machtig mooi. Want wees nu eerlijk: heb jij enig idee wat ik serveer als we ortenloôk’ndeddel, of miemere eten? Waar ga ik zitten als ik in de prost plaatsneem? En wat ga ik doen als ik ga schuupe of op rêep goa? Het is een kleine greep uit de dialecten waarvan ik denk dat ik ze machtig ben. Denk, want telkens pik ik weer nieuwe woorden en uitdrukkingen op in mijn omgeving.

Mijn dialectenleer begon in Limburg,

Mijn wortels liggen in het sjoene Limburg. Ik groeide op in Venray – een mooi durpke in Noord-Limburg – en ik werd ‘tweetalig’ opgevoed. Hoewel voor veel niet-Limburgers het Limburgs dialect één pot nat lijkt, is het dat niet. Praten veel mensen elders in Limburg bijvoorbeeld over iech en mich, in Venray is het ik en meej. Ik kom uut Venroj, maar: iech kom oet Mestreech.

De talenstrijd tussen Noord- en Zuid-Limburg werd me pas echt duidelijk toen ik als kind te horen kreeg dat ik ‘maar eens echt Limburgs moest leren kalle’ (praten). Wij Limburgers creëren blijkbaar een (taal)wereld van verschil in één provincie. Al spreek ik dan geen Zuid-Limburgs, verstaan doe ik het wel. En hoewel wij in het ‘noorden’ minder zingen, houd ik van de echte zuidelijke klanken: een prachtige zang van uitgerekte noten die aan het einde van elke zin een toontje hoger vragend afbuigt. Heerlijk!

breidde uit in Tilburg,

Op mijn twintigste verhuisde ik naar Tilburg; ik werd ‘ne echte Broabander. Ik woonde en werkte midden in een authentieke Tilburgse volkswijk. En daar werd plat gepraat… heel plat gepraat. Vroeg ik in Limburg nog bescheiden wablief? als ik iets niet verstond, hier kreeg ik een keihard wè? om mijn oren. En in plaats van een sjoene fiets had ik ineens un schier fietske. Maar het meest fascinerende antwoord gaf mijn collega toen ik vroeg wat zij ging eten die avond: ‘Ik eet vanavond slaoj-meej-ai-meej-jèùn-en-meej-èèrpel’.

zette me terug op aarde in ’t Gooi,

Na mijn Tilburgs talenavontuur kwam ik terecht in het keurig Nederlands sprekend Gooi. Het lompe werd in Hilversum een beschaafd wat zegt u? – met harde g. Bovendien aten we weer ‘gewoon’ sla met een eitje, een uitje en aardappeltjes – met rollende r. Ik werkte destijds in Maarssen waar de Utrechtse tongval á la Tineke Schouten hoogtij vierde. Dat maakte dat ik me regelmatig een echte áchtelíjke Gládióól voelde wanneer ik mensen niet verstond. Tot mijn vreugde ontdekte ik ook een kleine overeenkomst met mijn oorspronkelijke streektaal: Utrechtenaren eindigen namelijk – net als de Limburgers – steevast hun zin een toontje hoger met een vragend woar?

en wordt voorlopig vervolgd in Veldhoven.

Uiteindelijk landde ik begin 2005 in Veldhoven, terug in het Brabantse land. Dan denk je: mooi, dit heb ik al eens gehad. Dit dialect ken ik. Niet dus. De áchtelíjke Gládióól werd verruild voor de hilarische koekwaus. Het keurige wat zegt u? werd weer wat lomper en veranderde in ja wá? En mijn schiere fiets werd in Oost-Brabant omgetoverd tot een skoane fiets. In dit mooi stukje Oost-Brabant kwam ik aanraking met een nieuw taalfenomeen: het gebruik van twee of meer voltooide deelwoorden achter elkaar. Zoals Hedde gij da al gevragen gehad? Uniek…

Een snol die hellingen trekt met een tas koffie in haar hand?

Vrijwel dagelijks breid ik mijn woordenschat uit met vele nieuwe woorden die onze Nederlandse taal rijk is. Soms leiden die tot prachtige spraakverwarringen. En soms realiseer ik mij dat ik sommige woorden beter niet meer kan gebruiken. Zo noemden we thuis een zoetekauw een echte snol, maar in het Nederlands doet mij dat aan heel ander type snoeperd denken. Ik heb mijn Noordhollandse vrienden vaak uit moeten leggen dat de hellingproef en hellingtrekken toch echt uit dezelfde handelingen bestaan. De uitdrukking ik ben afgewerkt, laat ik tegenwoordig ook maar voor wat het is: ik ben liever klaar met werken. En mijn kopje koffie bestel ik bij voorkeur, om praktische redenen, in het Nederlands. Want zeg nu eerlijk, een kopje koffie drinkt toch net iets gemakkelijker dan een tas koffie, nietwaar?


Er zijn 3 reacties

  1. Erik Smits schreef:

    Mojje weurd aover mojje dialecten.
    Zo herkenbaar! Wat enkele kilometers met een taal doen is inderdaad erg fascinerend.

    Groetjes van een Rooy’s klôtje

  2. Nancy Nouwens schreef:

    Erg leuk Angelie!!

  3. Leo schreef:

    Angelie,
    De hebs unne moeije websait gemak waoroet bliek wie ziër desse dich bezighils mit taal in de breidste zin van ut woord. Wie ik diene sait bezôch, kwaam ik tot mien verrassing ouk oet beej dien ervaringe en ideeje euver dialekte: geweldig! Zelluf heb ik altied vuul intresse gehad in alles waat te make haet mit ôs Limburgse gebroeke, de Vastelaovend en oeteraard ouk ôs moeie dialek(te). Same met mien interesse veur de kômpjoeter en ut web haet det ônder andere geresulteerd in eine websait euver ôzze vastelaovend mit as doel de jeug vanaaf de baovebouw van de basisschoël te informere euver det ieuwealde moeije fiës. Kies maar ens op https://vastenavond.wordpress.com/
    Eine echte Wortelepin

Geef een reactie